Regeerakkoord 2017 over regeldruk

Het heeft even op zich laten wachten, maar dan is er nu eindelijk een regeerakkoord. In 55 pagina’s zetten de VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie hun visie uiteen voor Nederland 2021. Op de agenda staan: investeren in collectieve voorzieningen, het hervormen van de economie en het aanpakken van klimaatverandering.

Verlagen van regeldruk, administratieve lasten en bureaucratie zijn in verschillende delen van het regeerakkoord opgenomen als doel. Er is echter geen aparte paragraaf of coherent beleid voor geformuleerd.

Moderne regelgeving met oog voor MKB

Met stip op één staat het moderniseren van wet- en regelgeving, zodat bedrijven met hun diensten en producten beter kunnen inspelen op maatschappelijke en technologische veranderingen. Hierbij heeft het kabinet met name het ‘groot, gevarieerd en robuust’ midden- en kleinbedrijf (MKB) op het oog. Zo wordt de huidige bedrijfseffectentoets uitgebreid met een MKB-toets.

(Duurzaam) aanbesteden

Aanbesteden door de overheid wordt voor het MKB toegankelijker gemaakt. Deze maatregel is niet nader ingevuld, maar gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het strenger bewaken van de proportionaliteitnorm. Het regeerakkoord vermeldt ook dat de Rijksoverheid zijn inkoopkracht beter gaat benutten voor het versnellen van duurzame transities. In de praktijk betekent dit dat de standaard omhoog gaat. Om dit risico te ondervangen stuurt het kabinet op het behoud van een gelijk speelveld door het introduceren van passende regels en meer ruimte voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen. Hiermee sluit het kabinet zich aan bij de wensen van de Europese Commissie (zie hier).

Vereenvoudiging van bestaande regelgeving

Het kabinet wil bestaande regels verruimen of te versimpelen. Zo wil de coalitie de mogelijkheden voor regionale en sectorale proefprojecten, wettelijke experimenteerruimte, testlocaties (bijvoorbeeld voor drones) en regelvrije zones vergroten. Daarbij gelden minimumvereisten en passend toezicht. Dit wordt gedaan in samenspraak met de Europese Commissie en met decentrale overheden. Met de laatste sluit Rijksoverheid “deals”, waarin de partijen zich verplichten om samen aan nieuwe oplossingen te werken.

Samenwerken van inspecties

Een algemene maatregel om administratieve lasten te verlagen betreft het beter samenwerken van diverse inspecties. Ook deze maatregel is niet nader ingevuld, maar gedacht kan worden aan het gelijktijdig uitvoeren van meerdere inspecties of het sturen op kennisdeling tussen de verschillende handhavingsinstanties. Hierdoor kan expertise worden vergroot en wordt een einde gemaakt aan de soms tegenstrijdige eisen die verschillende handhavingsdiensten stellen aan ondernemers. Voor ondernemers betekent dit het einde aan onduidelijkheid en een verlaging van administratieve lasten. Voor de inspectiediensten betekent dit een verlaging van de uitvoeringslasten.

Toetsing van nieuwe ICT-initiatieven

Bij nieuwe ICT-initiatieven wordt gebruik gemaakt van opgedane ervaringen met vergelijkbare projecten. Om falende ICT-projecten te voorkomen worden grote projecten vaker getoetst door het Bureau ICT-Toetsing (BIT).

Wel wat, vaak geen wie

Bij de voorgenoemde maatregelen wordt in het regeerakkoord niet vermeld welke instantie, zoals bijvoorbeeld het ministerie van Economische Zaken, eindverantwoordelijk is voor de uitvoering.

Masterclass: Maak Brusselse regels in Den Haag

Onder het mom nieuwe ronde nieuwe kansen, organiseerde Nieuwspoort vlak vóór het eind van het reces een masterclass Europese samenwerking. Hierin verkende hoogleraar Europees Recht Jaap de Zwaan hoe Tweede Kamerleden Brusselse regels effectief kunnen vormgeven. Hij stelt dat Europese regelgeving de Tweede Kamer nog wel eens overvalt. En andersom.

De eerste les voor Tweede Kamerleden die de weg naar Brussel willen afwandelen lijkt simpel: zoek de samenwerking op. Nodig Europarlementariërs uit op de thee of bel met de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel. “Als attaché hing ik vroeger dagelijks aan de lijn met Europarlementariërs, dus dat is heel normaal”, drukt Jaap de Zwaan Tweede Kamerleden op het hart. Tijdens een tête à tête kunnen Tweede Kamerleden zich uitgebreid laten informeren over de technische details van het dossier, het politieke speelveld en kunnen zij polsen wat de mogelijkheden zijn om dingen gedaan te krijgen. “Wie het slim speelt kan vervolgens samen optrekken met de Europarlementariërs en betrekt hierbij bovendien zijn netwerk in de commissie Europese zaken, EU-adviseurs, de griffie en dossierhouders in de Eerste Kamer”.

Als deze opties too little too late zijn, kunnen Tweede Kamerleden aan de noodrem trekken. Ieder nationaal parlement heeft twee stemmen waarmee het Europese wetsvoorstellen kan stoppen (subsidiariteitstoets of ook wel gele kaart). Als een derde van alle 27 nationale parlementen de gele kaart trekt, dan moet de Commissie het opnieuw overwegen. De marge is nog kleiner voor zaken gerelateerd aan justitie en binnenlandse zaken, namelijk een vierde.

Om een dergelijk scenario te voorkomen moeten Tweede Kamerleden er vroeg bij zijn. Hierbij noemt De Zwaan informatievoorziening de sleutel tot succes. Tips voor de Tweede Kamer betreffen het zichtbaarder maken van “het Europese” en het synchroon laten lopen van de Haagse agenda met die van Brussel. Ook veel overleg tussen de vaste commissies over Europese aangelegenheden biedt uitkomst.

Uiteindelijk blijft de invloed van de Tweede Kamer in Brussel echter beperkt, zegt De Zwaan. We hebben immers niet voor niets een Europees Parlement gecreëerd.

De scheiding tussen de twee bestuurslagen hoeft hervormingsgezinde Tweede Kamerleden overigens niet te weerhouden om knelpunten in Europese regelgeving aan te kaarten. Soms blijkt de oplossing voor ‘Europese problemen’ namelijk dichterbij dan gedacht, zegt Europarlementariër Cora Nieuwhuizen (VVD) tijdens de paneldiscussie. In deze gevallen worden Europese richtlijnen door nationale overheden zwaarder aangezet, ook wel goldplating genoemd. Hierin onderscheid maken blijkt in de praktijk lastig.

Sira Consulting is gespecialiseerd in het geven van inzicht in de maatschappelijke effecten van een groot aantal wetten en regels. Onze kracht is dat wij de maatschappelijke effecten zowel kwantitatief (in euro’s) als kwalitatief beschrijven. Methodieken als het Standaard Kosten Model en de KAR geven op transparante wijze inzicht in belemmerende regeldruk en brengen in kaart welke knelpunten zijn oorsprong vinden in Europese wet- en regelgeving en welke daar bovenop zijn gelegd door het Rijk of decentrale overheden. Dit maakt de weg naar Brussel een stukje makkelijker.

Evidence based policy: de toekomst van het Nederlandse beleid?

De overheid moet aandacht hebben voor evidence based beleid. Volgens de oprichter van Results for Amerika, David Medina, kan Nederland voorbeeld nemen aan de Verenigde Staten die deze methode reeds succesvol heeft toegepast.

Effectiviteit en efficiëntie van beleid

Effectief en efficiënt beleid is voor Nederlandse overheden van groot belang. Met evidence based policy worden de heldere doelen van het beleid meetbaar gemaakt. Deze meetbare resultaten omvatten de kosten van de implementatie en uitvoer van het beleid, waardoor het geld op de meest efficiënte manier wordt besteed en nodeloze uitgaven sterk gereduceerd worden. Door een verantwoordingsplicht te koppelen aan de meetbare resultaten wordt voorkomen dat ineffectief beleid jarenlang onnodig geld kost. Om dit te bereiken is het van belang dat zowel de te behalen resultaten als de verzamelde data openbaar toegankelijk is.

Ontwikkelingsfase

Overheden kunnen evidence based policy ook in de ontwikkelingsfase voorafgaand aan de implementatie van beleid benutten, door vooraf te onderzoeken wat de te verwachten effecten van het beleid zijn en te leren van fouten uit eerder opgesteld beleid. Daarnaast leidt deze manier van opstellen van beleid tot een positieve stimulans voor organisaties om goed te presteren, doordat resultaten onderling te vergelijken zijn.

Nederlandse overheid

De Nederlandse overheid geeft beleid reeds vorm op basis van data en meetbare resultaten. Sira Consulting ondersteunt de Nederlandse overheid hierbij. Dit gebeurt onder andere door het uitvoeren van beleidsevaluaties, waarbij zij het beleid beoordeeld op doeltreffend- (effectief) en doelmatigheid (efficiënt). Zo’n evaluatie geeft duidelijkheid over de sterktes en zwaktes van beleid en over kansen en bedreigingen. Deze lessen gebruikt de overheid bij het opstellen van nieuw beleid. Overheden brengen ook vooraf effecten van beleid in kaart, met bijvoorbeeld een MKBA of regeldrukmeting, waarbij Sira Consulting overheden ondersteunt. Naast het kwantitatief inzichtelijk maken van effecten, doen wij concrete aanbevelingen om de effectiviteit en efficiënte van het beleid te verbeteren.

 

Resultaten kostenonderzoek huisartsenzorg

Gedurende 2016 en 2017 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in samenwerking met Sira Consulting een praktijkkostenonderzoek uitgevoerd voor de huisartsenzorg. De NZa houdt toezicht op de zorgmarkt in Nederland en is verantwoordelijk voor het vaststellen van tarieven en prestatieomschrijvingen in de zorg.

De doelstelling van het onderzoek was om de opbrengsten, productie, praktijkkosten en tijdsbesteding van huisartsen over het onderzoeksjaar 2015 in kaart te brengen. De onderzoeksresultaten worden gebruikt voor het herijken van de gereguleerde huisartsentarieven.

Het laatste kostenonderzoek in de huisartsenzorg vond plaats in 2012, met 2009 en 2010 als onderzoeksjaren. Sindsdien is er veel veranderd binnen de huisartsenzorg waaronder de invoering van een nieuw bekostigingsmodel per 1 januari 2015. De NZa wil daarom de gereguleerde tarieven binnen de huisartsenzorg herijken om de tarieven zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de actuele situatie.

Rol Sira Consulting

Sira Consulting heeft alle aspecten van de gegevensverzameling verzorgd, waaronder het vaststellen van de te verzamelen gegevens en het ontwikkelen van de vragenlijst. Met deze vragenlijst hebben accountmanagers kwantitatieve en kwalitatieve gegevens opgehaald bij 213 huisartsenpraktijken en tot één representatieve dataset verwerkt.

Resultaten onderzoek

De resultaten van dit onderzoek zijn door NZa verwerkt in een feitenrapport.

Het rapport bevat de resultaten van de statistische analyse door de NZa. Ook geeft het rapport inzicht in de gemiddelde praktijkkosten, opbrengsten en resultaten in de huisartsenzorg. Ook is een vergelijking opgenomen met de resultaten uit het kostenonderzoek in 2012 en is het tarief van 2015 herijkt op basis van de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn de resultaten van het kostenonderzoek naar het structureel tarief prijspeil 2015 vertaald.

Nieuwe collega: Benthe Koster

Wij zijn blij dat we kunnen aankondigen dat Benthe Koster ons team per direct komt versterken.

Benthe volgt de master bestuurskunde aan de Universiteit Leiden met als specialisatie Economics and Governance. Na afronding van haar succesvolle stage bij Sira Consulting gaat zij nu als junior consultant aan de slag.

Wij heten Benthe van harte welkom als nieuwe collega en wensen haar veel succes in haar nieuwe functie!

Strengere regelgeving voor het organiseren van dancefeesten in Amsterdam

Cafés en clubs waar een dancefeest plaatsvindt, moeten vanaf 1 augustus voldoen aan strengere regels, zo meldt NU.nl. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten dat voor horecazaken hetzelfde beleid gaat gelden als voor grote dance events.

In de vaststelling ‘Nadere regels dance events in horeca’ staat dat bezoekers straks gefouilleerd worden op wapens en drugs. Verder moet er een zogenoemde horecakluis aanwezig zijn voor in beslag genomen goederen, er moet gratis drinkwater beschikbaar zijn en de betreffende horecazaken moeten gekwalificeerd personeel hebben dat eerste hulp kan verlenen als mensen onwel worden. Hiermee hoopt het college paal en perk te stellen aan het aantal gezondheidsincidenten naar aanleiding van overmatig drugsgebruik.

Nadeel is dat deze regels extra lasten met zich meebrengen voor zowel burgers als voor bedrijven. Met name kleine organisaties hebben veel last van complexe, administratieve procedures en onduidelijke, soms overbodige eisen, zo stelt Actal in een onderzoek naar lokale regelgeving rondom festivals en evenementen. “Veel regels zijn ingesteld met het oog op grote evenementen en festivals. Maar die maken slechts 4% uit van het totaal, de andere 96% zijn klein. En die worden vaak georganiseerd door vrijwilligers. Voor hen zijn de regels niet proportioneel en niet werkbaar”, aldus Jan ten Hoopen, collegevoorzitter van Actal.

Naar aanleiding van de aanbevelingen van Actal en de campagne ‘dat is toch niet te geloven’ heeft het CDA heeft afgelopen vrijdag de volgende aanbevelingen naar de minister gestuurd:

  • Meldingen en aanvragen van vergunningen voor festivals en evenementen via één vooringevuld formulier mogelijk maken.
  • Informatie bij organisatoren pas uitvragen als die informatie voorhanden kan zijn.
  • Bij aanmelding uitsluitend informatie vragen die voor een plaatsing op de evenementenkalender relevant is.
  • Mogelijk maken van hergebruik van informatie uit eerdere aanvragen en met doorlopende vergunningen en basisvergunningen werken.
  • Ontwikkelen van een modelvergunning voor evenementen.
  • Harmoniseren van de procedures voor aanmelding en aanvraag van evenementen.
  • Introduceren van een digitaal volgsysteem voor meldingen en aanvragen, waarbij aanvragers ook actief geïnformeerd worden over wijzigingen in procedures.

Sira Consulting gaat graag in gesprek over het verbeteren van dienstverlening. Op de site staan voorbeelden van klantreizen. Zie voor meer informatie: https://www.siraconsulting.nl/dienst/de-klantreis-in-beeld/

Het zorgsysteem, een geoliede machine?

Heb je complexe of langdurige zorg nodig? Dan loop je het risico dat het nog even duurt voordat je wordt geholpen. De procedures die je moet doorlopen zijn hoog en de wachtlijsten lang. Of je krijgt helemaal geen passende zorg. Dit laatste komt in de jeugdzorg nogal eens voor.

Verstrikt in bureaucratie

Uit het vorige week verschenen rapport van diverse patiënten- en belangenorganisaties, waaronder Ieder(in), blijkt dat het stelsel voor de langdurige zorg piept en kraakt bij complexe problematiek. Mensen die langdurige zorg nodig hebben, kloppen bij de gemeente aan, maar raken verstrikt in een wirwar van procedures en onduidelijke informatie. Gemeenten bieden vaak te weinig maatwerk aan. Ook is voor de cliënt onduidelijk wie in het zorgstelsel nu precies waar verantwoordelijk voor is. Ook de zorguitvoerders weten niet goed wie bijvoorbeeld verantwoordelijk is voor de Jeugdwet en wie voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Regels en verschillen

Voor cliënten voelt het alsof de regel in plaats van de mens centraal staat. Hierdoor raakt de bedoeling van de nieuwe zorgwetten uit het oog. Mensen die iets voor hun naaste willen doen, haken door de steeds hogere eisen ook eerder af. Veel ouderen stoppen bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk in verzorgingstehuizen en mantelzorgers raken overbelast. Regeldruk is daarmee een blokkade op de weg naar goede zorg.

Ondertussen ontstaan tussen gemeenten kwaliteitsverschillen. Waar de ene gemeente wel huishoudelijke hulp toekent, doet de andere dit niet. Ook voor hulpmiddelen en mantelzorg gelden verschillende voorwaarden per gemeente. De verschraling van de zorg komt met name hard aan voor mensen met een minimuminkomen. De patiënten- en belangenorganisaties ontvangen veel meldingen van deze groep mensen. Zij kunnen niet meer rond komen als gevolg van de hoge zorgkosten.

Aanbevelingen

De aanbevelingen van de organisaties komen dan ook niet als een verrassing: maak de toegang tot zorg makkelijker, biedt duidelijke informatie en maatwerk en zorg voor minder bureaucratie. Als instanties samen met de cliënt op zoek gaan naar passende, werkbare oplossingen, kan het doel van de patiënten- en belangenorganisaties bereikt worden: mensen zelfstandig mee laten doen in de samenleving.

Hulp nodig?

Bent u als overheid of zorgorganisatie op zoek naar een effectieve toegang tot de zorg zonder bureaucratie? Sira Consulting kan u daarbij helpen. Als expert op het gebied van procesoptimalisatie, cliëntreizen en regeldruk brengen wij graag voor u in kaart hoe het zorgproces efficiënt en effectief geregeld kan worden. Ook voor andere onderzoeken, bijvoorbeeld voor oplossingen voor knelpunten (zie hiervoor de pagina ‘Maatwerkaanpak’) of een beleidsevaluatie kunt u bij ons terecht. Kijk bijvoorbeeld naar ons filmpje over het Innovationlab voor het CBR waarin 45 innovatieve voorstellen zijn ontwikkeld voor een optimaal proces en lees ons onderzoek naar de kosten van vertrouwenswerk in de zorg.

IBO-rapport over evaluatie rijkssubsidies naar Tweede Kamer

De Rijksoverheid stelt subsidie beschikbaar voor het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven en ontwikkelingen. In 2015 ging het om ongeveer € 4,5 miljard. Subsidies vormen daarmee een belangrijk sturingsinstrument bij het realiseren van beleidsdoelen. Meerdere politieke partijen zijn echter kritisch en vinden dat de subsidie-uitgaven structureel omlaag moeten. Om te bepalen of de Rijksoverheid de juiste afwegingen maakt bij de keuze voor het instrument subsidie, is een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd.

Op 22 juni 2017 is het eindrapport van het IBO naar de Tweede Kamer gestuurd. Het IBO-rapport maakt inzichtelijk hoe binnen het Rijk de afwegingen worden gemaakt om het subsidie-instrument in te zetten en hoe subsidieverstrekking door mede-overheden hierin wordt betrokken. Tevens geeft het rapport inzicht in de manier waarop rijkssubsidies worden geëvalueerd en wat met de uitkomsten wordt gedaan. Naast de onderzoeksresultaten bevat het rapport concrete aanbevelingen, bijvoorbeeld over het totaaloverzicht van rijkssubsidies en een meer gerichte inzet van subsidie-evaluaties. Het doorvoeren van de aanbevelingen bevordert de kwaliteit van subsidie-evaluaties en versterkt daarmee de besluitvorming over subsidies.

Sira Consulting voerde het deel van het IBO uit dat is gericht op de subsidie-evaluaties. De onderzoeksbevindingen over de subsidie-evaluaties maken een belangrijk onderdeel uit van het totale IBO-rapport. De belangrijkste bevindingen zijn:

  • Rijkssubsidies worden de afgelopen jaren steeds vaker geëvalueerd, maar voor ongeveer 30% vindt geen evaluatie plaats.
  • De belangrijkste reden om niet te evalueren, is het incidentele karakter van subsidies.
  • De uitgevoerde evaluaties geven niet altijd een oordeel over effectiviteit (ongeveer 50%) en efficiency (25%) van verstrekte subsidies, ondanks de eisen uit de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek.
  • Meer dan 80% van de evaluatierapporten wordt gepubliceerd op een overheidswebsite.

De resultaten van het IBO onderstrepen het belang van een consequente en zorgvuldige uitvoering van beleidsevaluaties. Het onderzoek past in een trend waarin de Rijksoverheid steeds nadrukkelijker verantwoording aflegt over de inzet van publieke middelen en meer inzicht vraagt in de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Bent u benieuwd wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen? Wij bespreken graag de mogelijkheden.

Bestuur Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) benoemd

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) toetst vanaf 1 juli de gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving voor burgers en ondernemers. Het huidige adviescollege Actal onder leiding van voorzitter Jan ten Hoopen legt hiermee haar taken neer.

Het bestuur van ATR

Inmiddels is de samenstelling van het bestuur van ATR bekend. Marijke van Hees wordt voorzitter van ATR. Zij is oud-wethouder in Enschede en was begin deze eeuw korte tijd voorzitter van de Partij van de Arbeid. Op dit moment is zij nog voorzitter van de Raad voor de Cultuur.

Van Hees krijgt in het college gezelschap van Eric Janse de Jonge en Remco van Lunteren. Janse de Jonge is Eerste Kamerlid geweest namens het CDA, was eerder gedeputeerde in Noord-Brabant en is voormalig universitair hoofddocent staatsrecht. Van Lunteren was eerder gedeputeerde van de VVD in de provincie Utrecht.

Ander mandaat dan Actal

ATR krijgt ruimere bevoegdheden dan Actal. Zo toetst ATR regelgeving in een eerder stadium en kijkt ATR ook naar de gevolgen van beleidsregels. Het mandaat van ATR loopt tot 1 juni 2021. Strategische advisering wordt geen taak van ATR. Meer informatie over het mandaat van ATR vindt u via deze link.

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Sira Consulting is al bijna 15 jaar gespecialiseerd in het kwantitatief en kwalitatief inzichtelijk maken van regeldruk, zowel voor nieuwe als bestaande regelgeving. Wij ondersteunen met onze diensten en expertise zowel overheden als brancheorganisaties om de regeldruk te verminderen en regels werkbaar te maken. Wij hebben in het verleden nauw samengewerkt met Actal, in haar rol als toetsingsinstantie en als opdrachtgever.

Wijzigingen in wet- en regelgeving per 1 juli 2017

Per 1 juli treden weer enkele nieuwe en gewijzigde wetten en regels in werking. Hieronder staat een selectie van belangrijkste inhoudelijke wijzigingen.

Wijziging Arbeidsomstandighedenwet

Per 1 juli 2017 verandert de Arbeidsomstandighedenwet. De wijzigingen in de wet moeten ervoor zorgen dat (langdurige) ziekte beter en sneller wordt voorkomen. Werkgevers en werknemers worden actiever betrokken in het proces en de bedrijfsarts en de preventiemedewerker krijgen een grotere rol. Zieke werknemers krijgen het wettelijke recht om de bedrijfsarts te spreken. Wanneer zij twijfelen over het oordeel van de arts, mogen zij een second opinion aanvragen bij een 2e, onafhankelijke, bedrijfsarts. Ondernemers met personeel moeten enkele zaken regelen om te voldoen aan de nieuwe Arbowet, namelijk:

  • Contracten met arbodienst of bedrijfsarts aanpassen
  • Personeel goed informeren
  • Bedrijfsarts en OR meer ruimte geven
  • De klachtenprocedure kennen
  • Preventiemedewerker aanstellen in samenspraak met personeel.

Overige wijzigingen

Naast de wijziging van de Arbowet zijn de volgende wijzigingen relevant:

  • De maximumleeftijd voor het minimumjeugdloon gaat omlaag van 23 naar 22 jaar. Daarnaast gaat het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledig dienstverband omhoog.
  • Er mag straks voor telefonische klantenservice geen informatietarief per gesprek meer worden gerekend.
  • Internet-/telecombedrijven moeten bij storingen van mobiele en vaste internet- en telefoondiensten hun klanten compenseren. Compensatie wordt verplicht bij een storing die langer duurt dan 12 uur.
  • Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) mag in zijn eigen onderneming geen pensioen meer opbouwen. Hij krijgt wel de mogelijkheid om het opgebouwde pensioen via een regeling af te kopen om zo in eigen beheer opgebouwd vermogen vrij te maken.
  • Overeenkomsten met betaaltermijnen van langer dan 60 dagen worden nietig verklaard.
  • Er komen 14 nieuwe verkeersborden. Deze moeten zorgen voor meer duidelijkheid in bepaalde verkeerssituaties.
  • In een aantal steden in Nederland is er een milieuzone. Voorheen mochten met name oudere vrachtauto’s niet in die zones rijden. Per 1 juli mogen steden ook een verbod instellen voor bestelauto’s die op diesel rijden en vóór 1 januari 2006 zijn toegelaten op de weg.
  • Er komen landelijk regels voor brandveiligheid op locaties die in georganiseerd verband worden gebruikt. Deze regels zijn vooral van belang voor bedrijven die een evenement organiseren, recreatieondernemers en bedrijven die bijvoorbeeld tenten of tijdelijke tribunes leveren voor evenementen.
  • De precariobelasting op ondergrondse leidingen wordt afgeschaft. Gemeenten krijgen 5 jaar de tijd om de maatregel door te voeren.
  • Curatoren krijgen een sterkere positie bij faillissementen, zodat zij meer mogelijkheden hebben om fraude op te sporen.
  • De verplichting om nieuwbouwplannen te voorzien van een uitgebreide motivering vervalt voor plannen in stedelijke gebieden. Buiten stedelijke gebieden blijft een uitgebreide motivering nodig waarom nieuwbouw op die plek nodig is.
  • De regels over de aansprakelijkheid voor de binnenvaart worden gewijzigd. Schippers kunnen een fonds oprichten, zodat het maximale aansprakelijkheidsbedrag bij een ongeval wordt beperkt. Die mogelijkheid gaat ook gelden bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.
  • De Autoriteit Financiële Markten (AFM) krijgt de bevoegdheid om risicovolle financiële producten aan te wijzen waarvoor geen reclame mag worden gemaakt die zich richt op consumenten in Nederland. Niet de producten of de verkoop worden verboden, uitsluitend de reclame ervoor.

Vaste verandermomenten

Voor het in werking treden van wet- en regelgeving hanteert de Rijksoverheid Vaste Verandermomenten (VVM). Voor wetten en algemene maatregelen van bestuur zijn deze vastgesteld op 1 januari en 1 juli. De VVM-systematiek beperkt de nalevingskosten voor bedrijven en instellingen, omdat zij zich op jaarbasis minder vaak hoeven aan te passen aan veranderende regelgeving.

Meer informatie?

Zie voor meer informatie over de veranderende wet- en regelgeving per 1 juli 2017 het overzichtsartikel van SC Online en/of het  totaaloverzicht van alle (inclusief technische wijzigingen).